Roy Dielemans

Bio

Mijn naam is Roy Dielemans, en ik ben behalve leraar Nederlands en Geschiedenis ook een wetenschappelijk onderzoeker. Mijn onderzoek gaat over het taalkundig redeneren binnen de grammaticadidactiek van het schoolvak Nederlands. Waar bij het schoolvak geschiedenis de parate kennis meer op de achtergrond is komen te staan en juist hogere-ordedenkvaardigheden worden gestimuleerd, wordt de grammaticadidactiek in het schoolvak Nederlands al decennialang gedomineerd door ezelsbruggetjes, stappenplannen en grammaticaoefeningen die gericht zijn op het juiste antwoord. Leerlingen in het voortgezet onderwijs worden zo nauwelijks uitgedaagd om taalkundig te redeneren. Hier kunt u meer lezen over de publicaties en het onderzoek van Roy. 

Workshopomschrijving

Waar bij het schoolvak geschiedenis de parate kennis meer op de achtergrond is komen te staan en juist hogere-ordedenkvaardigheden worden gestimuleerd, wordt de grammaticadidactiek in het schoolvak Nederlands al decennialang gedomineerd door ezelsbruggetjes, stappenplannen en grammaticaoefeningen die gericht zijn op het juiste antwoord. Leerlingen in het voortgezet onderwijs worden zo nauwelijks uitgedaagd om taalkundig te redeneren. 

Het Afrikaans is een ‘zustertaal’ van het Nederlands. Het Afrikaans is ontstaan uit het Nederlands, maar daarna heeft de taal zich ontwikkeld tot een eigen taal. Het is dan ook  eerder een zustertaal dan een dochtertaal. Toen in 1652 door de VOC de verversingspost Kaap de Goede Hoop werd gesticht, spraken de Nederlanders daar gewoon het toenmalige Nederlands. In het contact met de lokale bevolking ontstond daarvan een nieuwe variant. In de loop van de tijd ging die variant een eigen leven leiden, doordat hij overwegend werd gesproken door mensen die geen dagelijks contact meer hadden met het Nederlands. Intussen ontwikkelde het Nederlands in Nederland zich ook verder. De twee talen groeiden daardoor steeds meer uit elkaar. Door het contact met allerlei talen (Kaap de Goede Hoop was ook een plaats waar veel internationale contacten plaatsvonden) werden steeds meer woorden uit andere talen in de woordenschat opgenomen. De woordenschat van het Afrikaans is daardoor een mengelmoes van verschillende talen: Nederlands, Engels, Maleis, inheemse Khoisan-talen, Frans, etc. Toch lijkt het Afrikaans zo veel op het Nederlands, dat je het als Nederlander met vrij goed kunt volgen.

In deze workshop gaan we aan de slag met een introductie op een lessenserie. Aan de hand van een Afrikaanstalige tekst gaan we aan de slag met een werkvorm om leerlingen ‘linguïstisch repertoire’ aan te leren. Leerlingen worden gestimuleerd om vanuit klank/spelling (fonologie), woordvorming (morfologie), betekenis (lexicologie) en zinsbouw (syntaxis) overeenkomsten en verschillen tussen het Nederlands en het Afrikaans te herkennen.